Auteur Michael Cunningham over De uren
Het lezen van Mrs Dalloway heeft me veranderd in een lezer. Ik kon, zelfs als literair ongeschoolde en nogal luie puber, de dichtheid, symmetrie en gespierdheid van Woolfs zinnen zien. Ik dacht, wauw, ze deed met taal zoiets als wat Jimi Hendrix deed met een gitaar. Waarmee ik bedoelde dat ze een grens bewandelde tussen chaos en orde. Ze speelde lange riffs, en net toen het leek alsof een zin in chaos vergleed, bracht ze alles terug naar de melodie.
Decennia na die eerste lezing, die me had verbijsterd en betoverd, probeerde ik een roman te schrijven over Virginia Woolf en Mrs Dalloway. Ik benaderde het idee met de gepaste nervositeit. Om te beginnen, als men zo dicht bij een genie staat, ziet men er waarschijnlijk nog kleiner uit dan men in werkelijkheid is. Ten tweede ben ik een man, en Woolf was niet alleen een groot schrijver, maar ook een feministisch icoon. Mijn roman De uren is ontstaan als een eigentijdse hervertelling van Mrs Dalloway. Dat bleek al snel overmoed, zonder enig echt belang. We hebben al Mrs Dalloway, een fantastische Mrs Dalloway. Wie in de wereld zou een andere willen?

Ik probeerde het te herschrijven tot een tweeluik, met afwisselend hoofdstukken over een hedendaagse Mrs Dalloway en hoofdstukken over de dag waarop Virginia Woolf aan het boek begon. Maar zelfs na de toevoeging van een tweede verhaallijn, was het boek niet juist. Het weigerde meer dan een stijloefening te worden. Het bleef koppig een idee voor een roman, in de plaats van een echte roman.
Tobbend, begon ik te vermoeden dat mijn moeder op een bepaalde manier de legitieme derde partij was. Mijn moeder was een huisvrouw, een vrouw die Woolf ‘de engel des huizes’ zou hebben genoemd. Ze had me altijd een Amazonekoningin geleken, gevangengenomen en naar een buitenwijk afgevoerd, waar ze gedwongen werd te leven binnen een omheining die haar niet kon bedwingen, en dat onvermijdelijk toch deed. En zo werd het boek een triptiek, en ik was vertrokken.
Virginia Woolfs Mrs Dalloway, gesitueerd in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, is op een subtiele maar absolute wijze een oorlogsroman. Mijn roman speelt zich af aan het einde van Wereldoorlog I, aan het einde van Wereldoorlog II en tijdens de aids-epidemie. De drie verhalen vinden plaats op drie verschillende tijdstippen – direct na of tijdens een gebeurtenis die de wereld heeft veranderd. In elk verhaal probeert een vrouw een manier te vinden om te leven in een wereld die niet langer is wat ze was.
Uit: Virginia Woolf, my mother and me van Michael Cunningham in The Guardian, 04/06/11, en uit Dances With Woolf, een interview met Cunningham in het digitale magazine POZ, 01/02/00.

‘We geven onze feestjes, we verlaten onze gezinnen, we schrijven moeizaam onze boeken waarvan we hopen dat ze de wereld zullen veranderen. We leiden ons bestaan, doen wat we moeten doen en dan gaan we slapen; zo simpel en gewoon als dat.
Er is slechts deze vertroosting: een uur hier of daar waarin ons leven, tegen alle waarschijnlijkheid en verwachting in, lijkt open te barsten en ons alles geeft wat we ooit hebben gewild, hoewel iedereen weet dat deze uren onvermijdelijk gevolgd worden door andere, die veel zwaarder en moeilijker zijn. Niettemin houden we daarvan, van de stad, van de ochtend, en hopen we vooral op nog één uur.’
— uit De uren van Michael Cunningham