• Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst
  • Naar navigatie
  • Home
  • Agenda Stadsschouwburg
  • ITA Producties
  • On tour
  • Je bezoek

    • Kaartverkoop
    • Bereikbaarheid
    • De Brasserie
    • Meest gestelde vragen
    • Toegankelijkheid
    Zoek een pagina
  • Home
  • Agenda Stadsschouwburg
  • ITA Producties
  • On tour
  • Je bezoek

    • Kaartverkoop
    • Bereikbaarheid
    • De Brasserie
    • Meest gestelde vragen
    • Toegankelijkheid

    ITA

    • Over ITA
    • ITA gezelschap
    • Internationaal
    • Geschiedenis van het gezelschap
    • Medewerkers
    • Samenwerkingen
    • Vacatures

    Stadsschouwburg Amsterdam

    • Over de Stadsschouwburg Amsterdam
    • Geschiedenis van het huis
    • Cultureel erfgoed
    • Voel je thuis
    • Duurzaamheid
    • Festivals

    Steun ITA

    • Kom dichterbij
    • Vrienden & donateurs
    • Fondsen
    • Zakelijke partners
    • Culturele ANBI
    • ITA dankt

    Onderwijs & educatie

    • Educatie & Interactie
    • Primair onderwijs
    • Voortgezet onderwijs
    • The bookshop
    • Verhuur & events
    • Contact
    Zoek een pagina
    Zoek een pagina
    Zoek een pagina

    Geschiedenis van het huis

    HomeStadsschouwburg AmsterdamGeschiedenis van het huis
    © Fedde de Weert

    De geschiedenis van de schouwburg is de geschiedenis van de stad zelf

    Al ruim 750 jaar wordt er in Amsterdam theater gemaakt. Van de rederijkers die op straat en in gasthuizen speelden tot de grote nationale en internationale voorstellingen die je vandaag in onze zalen ziet. 

    Maar de Stadsschouwburg zoals je hem nu kent, is niet hoe het begon. 

    © Gemeente Amsterdam Stadsarchief
    © Gemeente Amsterdam Stadsarchief

    De eerste schouwburg (1638)

    Op 3 januari 1638 opende aan de Keizersgracht de eerste vaste stadsschouwburg van Amsterdam, ontworpen door architect Jacob van Campen. Joost van den Vondel schreef er zijn Gysbrecht van Aemstel voor en opperde voor de gelegenheid een nieuw woord: ‘schouwburg’. ‘De Gysbrecht’ werd daarna meer dan drie eeuwen lang, tot in de jaren zestig, elk jaar op Nieuwjaarsdag gespeeld. De opbrengsten van de schouwburg gingen naar de stedelijke wees- en oudeliedenhuizen. Het theater en de stad waren ook in die vroegste beginjaren al volop met elkaar verweven. 

    Het was tegelijk een roerige tijd, want niet alles mocht. Vondels Lucifer (1654) bijvoorbeeld werd na twee voorstellingen door de kerkenraad verboden. In 1665 werd het gebouw grondig verbouwd tot een grotere, weelderige zaal in barokke stijl. 

    © Collectie Stadsschouwburg Amsterdam

    Brand! (1772)

    Op 11 mei 1772 ging het mis. Om de zaal beter te verlichten werden extra kaarsen neergezet. De gordijnen vatten vlam. De brand verwoestte het gebouw volledig; achttien bezoekers en een brandweerman kwamen om. Eén stille getuige bleef overeind: de Schouwburgpoort aan de Keizersgracht 384, die er vandaag nog staat. 

    © Gemeente Amsterdam Stadsarchief

    Naar het Leidseplein (1774)

    © Gemeente Amsterdam Stadsarchief

    Twee jaar later, in 1774, opende een nieuwe, houten schouwburg. Deze keer op het Leidseplein: de plek waar ons huis nog altijd staat. Het theater groeide uit tot een begrip. Toen Napoleon de zaal in 1811 bezocht en actrice Johanna Cornelia Ziesenis-Wattier zag spelen, noemde hij haar “de grootste actrice van Europa”. Haar portret hangt nog steeds in de Koninklijke Foyer. 

    In 1874 kreeg het houten gebouw een stenen buitenmuur en klassieke verfraaiingen. 

    Opnieuw brand, opnieuw opbouwen (1890–1894)

    Op 19 februari 1890 sloeg het noodlot weer toe. Een smeulende voetzoeker van het vuurwerk op het Leidseplein legde de schouwburg opnieuw in de as. Vier jaar later, in 1894, opende het gebouw dat er nu nog staat: een schouwburg van steen, ontworpen door Jan en Jacob Springer en Dolf van Gendt in weelderige neorenaissancestijl. 

    Bij de opening in september 1894 speelde het Concertgebouworkest en stonden broer en zus Louis en Theodora Bouwmeester op het toneel, de beroemdste acteurs van hun tijd. Hun namen staan nog altijd in gouden letters op de lijst van het eerste balkon in de Grote Zaal. 

    Die Grote Zaal is hoefijzervormig en dat is geen toeval. Het gebouw werd ontworpen op het principe van zien en gezien worden: het publiek keek net zo goed naar elkaar als naar het toneel. En wist je dat er in het oorspronkelijke stoelenplan 900 zitplaatsen waren? Vandaag zijn dat er 750. 

    © Gemeente Amsterdam Stadsarchief
    © Gemeente Amsterdam Stadsarchief

    Het huis opent (20e eeuw)

    Lang was de Stadsschouwburg in de ogen van de Amsterdammer een ontoegankelijk bolwerk, met aparte ingangen voor verschillende standen. Er was de hoofdingang, maar ook een ingang aan de zijkant aan de Marnixstraat waar rijke Amsterdammers die met paard en koets kwamen zich konden laten afzetten. 

    Links en rechts aan de voorzijde waren ingangen voor de minder bedeelden. Op de plek waar nu The Bookshop is, pakte je vroeger de trap naar de goedkope plaatsen boven in het theater. Zo hoefden arm en rijk elkaar niet tegen te komen. Dat is in de loop van de tijd veranderd. Niet zonder reden is The Bookshop vandaag de plek waar we samen met makers en ons publiek reflecteren op de geschiedenis van het huis. 

    Het huis was er trouwens niet alleen voor toneel. Vlak na de Tweede Wereldoorlog werden hier zowel de Nederlandse Opera als het Nationale Ballet opgericht. De danstraditie die daarmee begon, loopt tot vandaag door in de programmering.  

    In 1969 werd de Grote Zaal het toneel van de Aktie Tomaat. Jonge theatermakers bekogelden het toneel letterlijk met tomaten. Ze eisten meer artistieke vernieuwing en maatschappelijke betrokkenheid van de gezelschappen. Ze riepen op tot meer spreiding van cultuur, meer ruimte voor nieuwe stukken en een grotere toegankelijkheid van cultuur voor alle Nederlanders. Ze luidden een vernieuwingsbeweging in die het Nederlandse theater voorgoed zou veranderen. 

    © Gemeente Amsterdam Stadsarchief
    © Gemeente Amsterdam Stadsarchief

    Een zaal erbij

    Tussen 2000 en 2009 werd de Stadsschouwburg grondig verbouwd en uitgebreid met de Rabozaal, zwevend boven de Lijnbaansgracht. Een tweede grote zaal, helemaal naar de standaard van die tijd. Met Toneelgroep Amsterdam in huis groeide het huis uit tot een cultuurhuis waar grootschalig, grensverleggend en internationaal theater werd gemaakt en gepresenteerd. 

    In 2018 fuseerden Stadsschouwburg Amsterdam en Toneelgroep Amsterdam tot één producerende en presenterende organisatie: Internationaal Theater Amsterdam. Of kortweg: ITA. De organisatie die nu nog steeds thuis is in de Amsterdamse Stadsschouwburg. 

    In dit huis hebben generaties theatermakers hun plek gevonden. Daarmee is de Stadsschouwburg het hart van het Nederlandse toneel geworden — en dat is het nog steeds. 

    © Fabian Calis
    RondleidingenGa naar
    Geschiedenis van het gezelschapGa naar
    Cultureel erfgoedGa naar

    Kom nog dichter bij ITA als Vriend, Hartsvriend of donateur. Draag bij aan de verbeelding en ontvang unieke voordelen.

    Steun ons

    Ga snel naar

    • Vacatures
    • Culturele ANBI
    • Beleidsplan & Jaarverslagen
    • Toegankelijkheid
    • Bereikbaarheid
    • Technische informatie
    • Informatie voor leveranciers
    • Openingstijden
    • Jutplaats

    Contactgegevens

    Leidseplein 26

    1017 PT Amsterdam

    T | +31 (0)20 624 23 11
    (ma t/m za van 13:00 - 18:00)

    E | bespreekbureau@ita.nl

    ITA socials

    • Facebook
    • Instagram
    • LinkedIn

    Stadsschouwburg socials

    • Facebook
    • Instagram

    Subsidiënten

    Partner

    Community partner

    Talent partner

    Productiepartners


    Internationaal Theater Amsterdam
    • © ITA 2026

    • Privacy statement
    • Algemene voorwaarden
    • Disclaimer
    Branding by Studio DUMBAR Website by The Cre8ion.Lab