Regisseur Eline Arbo over De uren
Michael Cunningham plaatst drie vrouwen uit verschillende decennia van de 20e eeuw naast elkaar. Daardoor gaat de lezer vergelijken. Niet alleen over wie ze precies zijn (wie heeft een moeilijke relatie met haar dochter, wie heeft nooit kinderen gewild, voor wie zijn kinderen een onmogelijkheid). Maar ook: in welke context leven deze vrouwen? Hoe ‘vrij’ voelen ze zich bij hun levenskeuzes? Het boek gaat over verwachtingen van je rol als mens en als vrouw (artiest, huisvrouw of manager van een huishouden, verpleegster, partyplanner voor een zieke vriend). Verwachtingen van anderen en verwachtingen van jezelf, de oordelende blik van anderen en van jezelf.
Virginia overweegt of het hoofdpersonage van haar boek dood zal gaan. Door de geïmproviseerde begrafenis van een dode lijster verandert ze van mening. Veel later zal ze zichzelf doden. Laura checkt in bij een hotel en overweegt daar zelfmoord te plegen, ze ziet ervan af. Clarissa omhelst het leven met een grote intensiteit omdat ze weet dat de dood dichtbij is: haar beste vriend is doodziek en kan elk moment sterven.
De dood is een mogelijkheid, dus: Het Leven! Wat een feest, Wat een duik!
De hemel mag weten waarom we zoveel van het leven houden…

Toen ik De uren opnieuw las, had ik net Mrs Dalloway uit. De uren is een prachtig boek, toch viel het me op hoe verschillend de Clarissa-personages bij Cunningham en Woolf zijn. Dat deed me nadenken over een mannelijke en een vrouwelijke blik in de literatuur en de kunst. Ik zag een conflict tussen Cunninghams mannlijke blik en zijn vrouwelijke personages. Ik begon een concept te ontwikkelen waar we de stem van de schrijver konden horen. Hij zou de drie vrouwen onderzoeken vóór onze ogen. Zo zou de mannelijke blik letterlijk aanwezig zijn op het toneel.

Ik denk vaak in conflict. Misschien komt het doordat ik onrecht in mijn omgeving ontzettend persoonlijk ervaar. Heb ik altijd gedaan. Ik bekritiseer graag en vaak het systeem waarin ik leef. Het is soms een problematische, soms een goede eigenschap. Toen ik tien was en ik mijn arm gebroken had, moest ik twee keer in het gips, want de eerste keer was mijn arm niet volledig genezen. Mijn moeder moest toen een tweede keer betalen. Ik werd woest en schreef een boze brief aan het ziekenhuis, hoe schandalig dat was terwijl er overduidelijk een medische fout was gemaakt. Dat was de opmaat van vele protestbrieven, demonstraties, de organisatie van debatten en protestgroepen, ‘de macht in de ogen kijken en rechtvaardigheid eisen’, et cetera die zouden volgen. Er zijn veel thema’s die me wakker houden. Zo ben ik razend over de institutionele verschillen tussen man en vrouw in de hedendaagse samenleving, ik begrijp niet hoe lang we nog moeten wachten op gelijkheid. Als je op dat patroon begint te focussen, zie je het opeens overal. Mijn conflictdenken komt niet uit het niks.
En toch.

Ik worstelde een tijdje met mijn concept, omdat ik dacht dat mijn neiging tot conflict misschien alleen een grotere afstand zou creëren tussen vrouwen en man op het toneel. Terwijl ik natuurlijk eigenlijk het tegenovergestelde wil bereiken. Ik wil thematiseren, geen afstand creëren. De schrijver als een mens, die probeert andere mensen te begrijpen die, net zoals hijzelf, worstelen met het leven.
(Ik noem dit ‘een Stoltenberg’. Jens Stoltenberg was premier in Noorwegen in 2011 toen een Noorse terrorist meer dan 50 jonge mensen op een eiland neerschoot en vermoordde. Toen het hele land in shock en wraakzuchtig was, zei hij in een toespraak dat we haat moesten beantwoorden met liefde. Een cliché. Niet dat mannen vrouwen haten, maar het gaat erom hoe we een deel van de oplossing kunnen zijn, en niet langer van het probleem. Nog een cliché.)
Een andere reden waarom ik de schrijver erin wilde hebben is omdat ik houd van een theatervorm waar epische en situationele scenes elkaar afwisselen. De toeschouwer direct aanspreken met afstand, humor, relativering — terwijl we daarnaast ouderwetse theatermagie creëren: illusie, het echte geloof in het lot van mensen op het toneel.
De uren is een prachtig boek, heel erg rijk in vorm, in de personages, situaties, vermengde verhaallijnen, spiegelingen en gedachten. Ik denk dat die vormen ook op het toneel naast elkaar kunnen bestaan: dramatische dialogen, de innerlijke gedachten van de vrouwen en tenslotte de blik van de schrijver als belangrijke sleutel voor een oefening in inlevingsvermogen. Zo kunnen we ook laten zien wat het boek doet met zijn lezer, namelijk dat we moeten blijven proberen om ons in te leven in de ander, om te reiken naar de anderen, ook als de ander niet is zoals wij.


