Over Tove Ditlevsen

“Als je niet kunt schrijven over en voor mensen, over en voor wie moet je dan in vredesnaam schrijven?”
Door: Rinke Brans
Tove Irma Margit Ditlevsen werd op 14 december 1917 geboren in Kopenhagen. Toch deed Tove heel haar volwassen leven alsof ze een jaar later was geboren – op 14 december 1918. Over haar precieze reden hiervoor zijn verschillende verklaringen, maar wat het vooral laat zien is Toves manier om het leven naar haar hand te zetten.
Tove groeide op in het arbeidersmilieu in Vesterbro, een van de armste buurten van Kopenhagen. Mensen woonden er dicht op elkaar, werk was vaak onzeker en alcoholmisbruik en geweld waren aan de orde van de dag. Tove voelde zich zowel in de wijk als bij haar gezin niet thuis, altijd een buitenbeentje. Haar broer was knap, zij was lelijk. Haar broer zou ambachtsman worden, zij wilde dichter worden, maar “meisjes kunnen geen dichter worden’, zei haar vader altijd. Desondanks ontving ze van haar ouders na lang zeuren een poesiealbum, waar ze eindelijk de woorden in haar hoofd op papier kon zetten. In Kindertijd schrijft ze: “Ooit zal ik alle woorden opschrijven die door me heen stromen. Ooit zullen andere mensen ze in een boek lezen en zich erover verbazen dat een meisje toch dichter kan worden.”

Tove wil schrijver worden
Als puber weet Tove al dat ze weg wilde van de plek waar ze is opgegroeid. Ze hoopt het milieu van haar ouders te ontstijgen, en heeft daarvoor een helder pad voor ogen: ze wil schrijver worden. In haar poesiealbum schrijft ze gedichten en belijdenisliederen voor collega's op haar bijbaantje bij de steendrukkerij. Na een aantal pogingen vindt ze haar ingang in de wereld van de literatuur: ze krijgt de contactgegevens van Viggo F. Møller, redacteur van het literaire tijdschrift Vild Hvede (‘Wilde Tarwe’). Ze stuurt drie gedichten naar hem op, waarvan hij besluit er één te plaatsen. Ook nodigt hij haar uit voor een diner, waar hij voorstelt om haar te helpen bij het uitgeven van haar eerste dichtbundel. Tove kan haar geluk niet op. “Ik heb zin om mijn armen om zijn nek te slaan, alsof ik heel moe ben na een lange, lange reis en nu eindelijk thuis ben gekomen", schrijft ze in Jeugd. Zo blij is ze, dat ze besluit te trouwen met Viggo.
En Tove wérd schrijver
In 1939, toen Tove 21 jaar oud was, verscheen haar eerste dichtbundel, onder de titel Pigesind (Meisjesziel). De bundel werd gelijk positief ontvangen, en was het startschot van Toves leven als gepubliceerde schrijver. In totaal schreef ze dertig boeken en dichtbundels, en daarnaast had ze jarenlang een column in Familie Journalen, waar ze huisvrouwen, moeders en echtgenotes van ongezouten advies voorzag over zowel alledaagse problemen als grotere levensvragen. Ze was inmiddels een beroemdheid in Denemarken, en een veelbesproken gast bij literaire evenementen. Haar boeken werden door een groot publiek gelezen, hoewel het door de literaire wereld destijds werd afgedaan als ‘vrouwenliteratuur’.
Tove wil het ideale plaatje
Naast schrijver worden had Tove ook de grote wens om ‘normaal’ te zijn, dat wil zeggen, om een man, huis en kinderen te hebben. Gedurende haar leven ondernam ze meerdere pogingen om dat ideale plaatje te bemachtigen. Het resulteerde in vier huwelijken, en drie kinderen met allemaal een andere vader. Het was tijdens haar huwelijk met haar derde echtgenoot, dat Tove een verslaving aan pijnstilling ontwikkelde. Carl was afgestudeerd medicijnenstudent en verdoofde haar tijdens het uitvoeren van een curettage met pethidine. Tove wordt overdonderd door het hemelse gevoel dat ze hiervan krijgt, en besluit de man die haar dit gevoel heeft gegeven nooit meer te laten gaan. Ze verlaat de vader van haar eerste kind en trekt bij Carl in, die haar regelmatig pethidine, butalgin en chloraal toedient.
